//
u leest...
Nederlands | Artikels, Video

Tien inspirerende lezingen

Tien inspirerende lezingen, limpidus.org Compilatie: Puck van der Veen

Ken Robinson, Alfie Kohn, Gabor Maté, Robert Sapolsky, Jeremy Rifkin, George Lakoff, Robert H. Lustig, Richard Feynman, Herman Wijffels, Dalai Lama (limpidus.org, compilatie: Puck van der Veen)

 

Zie ook tien inspirerende speeches

 

1. Richard Feynman – Het plezier van inlevings- en voorstellingsvermogen
Als geen ander kan Richard Feynman vertellen over het genot van het herkennen van wetenschap in alledaagse dingen. Hij doorbreekt het dogma van wetenschap als iets abstracts, maar breekt ook met het ‘kille’ imago van wetenschap -ze is immers niets anders dan passie voor onze omgeving. Empathie voor onze omgeving, inlevings- en inbeeldingsvermogen, geeft ons begrip van onze omgeving; ze geeft ons wetenschap. Een oordeel wordt vervangen met nieuwsgierigheid en nieuwe vragen. Daar waar begrip ontstaat ontneemt ze het oordeel, de leidraad van deze tien lezingen. Of in de woorden van de Dalai Lama, ‘Love is the absence of judgement.’

.

 

2. Dalai Lama – Centraliteit van compassie in het menselijke leven en de maatschappij
We zijn een sociaal wezen met een gevoel voor gemeenschap. We hebben geen religie, grondwet, politieke structuren of overheid nodig, maar elkaar. Oprechte vriendschap stoelt zich op vertrouwen via een open hart en een oprechte bezorgdheid voor de ander zijn welzijn. Hoe kunnen we ons vertrouwen, onze passie en liefde vinden naar elkaar?

Theïstische geloven -geloven op basis van één of meerdere goden- vinden via god of goden een geloof in liefde naar de medemens. Pantheïstische godsdiensten zoals het Buddhisme -geloven die ervan uitgaan dat alles en iedereen goddelijk is- zien passie, liefde in het goddelijke in al het dagelijkse in en om hun heen. En seculiere dan?

De Dalai Lama ziet compassie in eenieder van ons. Ieder mens heeft de mogelijkheid te vertrouwen en om compassievol te zijn. Allereerst komt deze met onze natuurlijke geboorte en de zorg van de ouders en met name moeder in de vroege jaren. Deze legt een basisvertrouwen in onszelf en elkaar voor de rest van ons leven. Echter, simpel boerenverstand en logica is een tweede die ons leert een passievol pad te bewandelen. We weten dat vrienden en familie en niet geld, beroemdheid of materiële welvaart ons dit geluk kan brengen. Als laatste noemt hij de wetenschap, de bestudering van onze omgeving en onszelf, als leidraad. Angst, woede, onzekerheid, eenzaamheid en depressie tasten ons immuunsysteem aan en verhogen onze bloeddruk en hartslag.Een compassievol geest brengt weerstand en geluk.

We willen allen een gelukkig, passievol leven. We zijn in basis allemaal dezelfde menselijke beestjes, theïstisch, pantheïstisch of seculier. Bovenstaande drievoudige seculiere wijze is iets dat ons allen bindt en zodoende mijn manier om compassie en geluk te vinden in onszelf en met elkaar.

De laatste 3000-4000 jaar bracht religie ons hoop. De laatste 200 jaar bieden de ontwikkelingen in wetenschap en technologie ons hoop. In plaats van bidden voor hoop, kunnen we onze hoop nu hierop vestigen. De neurowetenschappen tonen steeds beter onze innerlijke wetenschap en verbintenis. Echte vrede kan enkel komen uit innerlijke vrede. Dit is het doel en brengt ons bij de centraliteit van compassie in het menselijk leven en de maatschappij.

.

 

3. Stress en Gezondheid: van moleculen tot samenlevingen
In deze lezing brengt gerenommeerd wetenschapper Robert Sapolsky de negatieve gevolgen van stress in beeld. Hij laat niet alleen de gevolgen van stress op het individu zien, maar ook hoe deze zijn effect hebben op onze maatschappij. Sociale stratificatie, maar ook hoe het individu hiermee omgaat gaat bepaalt onze stressniveaus. Stress sluit ons o.a. af van de prikkels van onze omgeving en op de lange termijn verleert ons tot en isoleert ons in steeds minder mogelijkheden tot empathisch contact.

Robert M. Sapolsky is universitair docent Biologie, Neurologie, Neurologische wetenschappen en Neurochirurg aan de Stanford University. Naast zijn werk als wetenschapper, is hij bekend van zijn boeken, waarvan ‘Why Zebras Don’t Get Ulcers‘ over stress de bekendste is.

Zie hier de volledige 25-delige lessenserie over menselijke gedragsbiologie.

.

 

4. Gabor Maté – Genegenheid, ziekte en verslaving

Onze medische wetenschap behandelt vooral symptomen in plaats van het opzoeken van verdieping in pathologie (ziekteleer), de studie naar het ontstaan en verloop van ziektes. Medici denken vaak te maken te hebben met ziekten, psychoses, gedragsproblematiek, mentale ziekten, stress en disfunctie als losstaand symptoom. Bij het tonen van onderzoeksresultaten -niet impressies- bij lezingen of in discussies met medici zijn ze bovenal verbaasd en ontdaan om te zien dat deze vaak een emotionele basis hebben. Ze gaan de discussie niet aan met me over gedegen onderzoek, het is eerder dat ze niet zo goed weten wat ermee te doen. Verlies, pijn en schade eerder opgedaan in het leven, voornamelijk als kind, verhoogd exponentieel de kans op auto-immuunziekten, kanker, mentale ziekten, crimineel gedrag, disfunctie, gedragsproblematiek, ADHD, autisme, verslaving en relatieproblematiek.

Het accent ligt nu vooral op het oplossen van een probleem vanuit een universele aanpak, níet op de vraag welke persoonlijke emotionele pijn hiervan de oorzaak kan zijn. De verhouding tussen trauma en verslaving en de verhouding tussen hersenontwikkeling en trauma is wetenschappelijk duidelijk. Daarmee ligt overigens een toekomstige traject niet vast. Epigenetica toont aan dat deze ontwikkelingen grotendeels omkeerbaar zijn. Ze vergt persoonlijke aandacht en genegenheid om deze emotionele problematiek te overkomen. Als we deze problematiek negeren, wordt de wereld zeer ingewikkeld. Niet ‘waarom de verslaving?’, maar ‘waarom de pijn?’ zou centraal moeten komen te staan. We hebben als mens bepaalde behoeften. Wanneer we ons in deze behoeften kunnen voorzien ontwikkelen we ons op een bepaalde manier, wanneer we niet in onze behoeften worden voorzien ontwikkelen we ons op een ander manier. We hebben een behoefte aan geliefd te worden, genegenheid, acceptatie en gezien  en geaccepteerd te worden voor wie we zijn. Of in de woorden van Gabor Maté,

So the myth in our society is that people are competitive by nature and that they are individualistic and that they’re selfish. The real reality is quite the opposite. We have certain human needs.

The only way that you can talk about human nature concretely is by recognizing that there are certain human needs. We have a human need for companionship and for close contact, to be loved, to be attached to, to be accepted, to be seen, to be received for who we are.
If those needs are met, we develop into people who are compassionate and cooperative and
who have empathy for other people.

So…
the opposite, that we often see in our society, is in fact, a distortion of human nature precisely because so few people have their needs met. So, yes you can talk about human nature but only in the sense of basic human needs that are instinctively evoked or I should say, certain human needs that lead to certain traits if they are met and a different set of traits if they are denied.

.

 

5. Herman Wijffels – Het huidige systeem is failliet
Het huidige politieke systeem is failliet. Het financiële bestel is vastgelopen en de economie is niet meer van deze tijd. Het is tijd voor een transitie, een transformatie zelfs. Onze huidige systemen zijn niet gebouwd voor een duurzame toekomst. We zullen ze moeten loslaten willen we ons voort bewegen richting deze duurzame toekomst voor mens, samenleving en aarde.

Herman Wijffels, voormalig voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER) en CDA-prominent geeft hier op 17 augustus 2012 een lezing te Lowlands voor Lowlands University. Herman Wijffels doceert nu duurzaamheid en maatschappelijke verandering te Universiteit van Utrecht.

.

6. Alfie Kohn – Het pleidooi tegen competitie
Alfie Kohn vertelt hier op een leuke, vlotte, maar ook zeker goed beargumenteerde manier waarom competitie per definitie slecht is voor individu en maatschappij. Hij maakt een duidelijk onderscheid met conflict ten opzichte van competitie. Conflict kan binnen zowel coöperatieve als competitieve setting plaatsvinden. Sterker nog conflict in coöperatieve setting is productiever en meer leerzaam dan competitie, debat of een soort ‘magische harmonie’. Waar competitie de aandacht legt op de overwinning, behoudt samenwerking deze bij het te behalen succes. De externe motivatie van competitie ondermijnt intrinsieke motivatie en ondermijnt daarmee ons zelfvertrouwen. De afwezigheid van angst/stress en de voordelen van delen leidt tot hogere productiviteit, motivatie en verbeterde persoonlijke relaties. Het vertrouwen wordt zodoende niet ondermijnd en daarmee het zelfvertrouwen en onze individualiteit ook niet. Een gevoel van controle over gebeurtenissen in je leven groeit. Juist competitie ondermijnt individualiteit in een afhankelijkheid naar anderen.

Vaak wordt zelfvoldaan verwezen naar ‘de menselijke aard’ van het beestje en ‘survival of the fittest‘ als excuus voor onze negatieve eigenschappen. Survival of the fittest wordt vaak geïnterpreteerd als macht van de sterkste, waar de bedenker van deze term, Herbert Spencer, hiermee doelde op de overlevingskansen van diegene die zich het best kunnen aanpassen (fittest). Dit specificeert niet hóe, coöperatief of competitief. Alfie Kohn maakt een duidelijk verschil tussen structurele en opzettelijke competitie. De menselijke aard wordt populair-cultureel gezien als competitief, agressief, lui, egocentrisch, etc. Structurele competitie dwingt ons tot het internaliseren van deze negatieve eigenschappen en voorkomt het kijken naar structurele veranderingen in de maatschappij -ze oordeelt en legt schuld bij het individu. Arm? Je bent lui! Een misdaad begaan? Je bent slecht, gevangenis! Je kind kan niet goed leren op school? Slechte leraren of meer huiswerk! Ze voorkomt het kijken naar een omgeving die vormgegeven is volgens ons populair-culturele zelfbeeld. ‘De menselijke aard’ wordt dan ook vooral geassocieerd met negatieve kenmerken, niet ‘Het zit nou eenmaal in mijn menselijke aard om behulpzaam te zijn’. Zo geeft ‘de menselijke aard’ ons de luxe van het negeren van huidige en historische sociaal-maatschappelijk-economische omgevingsfactoren. Jamel Gilligan, amerikaans psychiater gespecialiseerd in geweld, ziet het argument dan ook verengen tot “Well, there’s nothing we can do to change the predisposition people have to becoming violent. All we can do, if somebody becomes violent is punish them -lock them up or execute them- but we don’t need to worry about changing the social environment or the social preconditions that may lead people to become violent because that’s irrelevant.” Of in de woorden van Louis Menand “It’s all in the genes, an explanation for the way things are that does not threaten the way things are. Why should someone feel unhappy or engage in antisocial behavior when that person is living in the freest and most prosperous nation on Earth? It can’t be the system. There must be a flaw in the wiring somewhere.

.

 

7. Robert H. Lustig – Suiker: De bittere waarheid
Deze lezing verklaart veel van de westerse ‘welvaartsziektes’ zoals obesitas, hoge bloeddruk, hart-en vaatziekten, metabool syndroom en type 2 diabetes. De strijd voor politiek-maatschappelijke acceptatie van de gevolgen van onze suikerverslaving zijn vergelijkbaar met die van de sigarettenstrijd eind vorige eeuw. De ene suiker is de andere niet ondanks die heersende dogma bij het voedselcentrum. De lobby bij overheid en openlijke samenwerking van het voedselcentrum met de voedingsmiddelenindustrie gaf een geeft ons de schijf van vijf: de brood-, zuivel- en suikerlobby.  Dogma’s als ‘caleries in, caleries out‘ en ‘Better burn it or you store it‘ komen te vervallen met deze verhelderende en internationaal steeds meer erkende ondervindingen.  Deze dogma’s leggen de schuld bij het individu; meer sporten om calorieën te verbranden (het gaat niet om sporten, maar bewegen) of minder eten. Gezien de biochemische diepgang van deze lezing heb ik een apart artikel geschreven welke hier verder op in gaat.

.

 

8. George Lakoff – Morele politiek
George Lakoff, professor cognitiewetenschap, legt uit dat hoe we de wereld begrijpen niet op basis van een universeel, conceptueel begrip in rationaliteit is gevestigd -byebye Descartes. Eenieders hersenen werkt anders en heeft zijn eigen rationaliteit. Zo is de connotatie (gevoelswaarde/begrip bij een woord) per persoon anders en is ook te ‘framen’.

Liberaal en Conservatief in de Verenigde Staten

Left-Right in USA

Neem het woord belastingontziening. Door deze woorden te koppelen en te gebruiken koppel je de positieve connotatie van ontzien (helpen) met belasting, bij herhaling wordt belasting zo in je hersenen gekoppeld aan het tegenovergestelde, ze hindert. De kunst is te zorgen dat jouw frame het taalgebruik wordt en zo de discussie ‘framed’. Er vormt een nieuw wereldbeeld. De heersende opvatting is dat we in de politiek rationele keuzes maken. Dat doen we niet. We maken keuzes die rationeel zijn binnen ons wereldbeeld en zo ook moraliteit aan hun zijde hebben. Lakoff legt uit hoe de twee dominante wereldbeelden in de Verenigde Staten, de liberalen en conservatieven beide moraliteit, rationaliteit en logica aan hun kant hebben.

.

 

9. Jeremy Rifkin – De derde industriële revolutie
Economische groei staat onder druk, onze productiviteit daalt, biodiversiteit staat onder steeds grotere druk en werkloosheid plaagt de wereld -vooral voor de millenials. We hebben een nieuwe economische visie nodig. Grote maatschappelijke revoluties hebben telkens plaatsgevonden wanneer nieuwe communicatietechnologieën en nieuwe energievoorzieningen elkaar vonden. Ze brengt een paradigmaverschuiving, een nieuw bewustzijn en een nieuw verhaal in de geschiedenis.

De eerste industriële revolutie bracht ons de techniek van de op stoom aangedreven drukpers en de stoomtrein. Mechanisatie van de drukpers bracht de publieke scholen en massageletterdheid. Tijd en afstand maakte de wereld kleiner en onze belevingswereld groter. De tweede industriële revolutie en haar elektriciteit bracht ons nieuwe communicatie via telefoon (en later tv en radio) en overbrugden wederom tijd en afstand naar nog snellere informatie-uitwisseling. Olie gaf ons massaproductie en massaconsumptie.
De derde industriële revolutie brengt de personal computer en internet samen met duurzame energie.

Waar de tweede industriële revolutie zich kenmerkt in schaarste en gecentraliseerde structuren die geopolitiek, natiestaten en grote bedrijven nodig hebben voor de organisatie, kenmerkt de derde industriële revolutie zich in decentrale, laterale peer-to-peer (p2p) verhoudingen van samenwerkende aard. Voor deze transitie ziet Jeremy Rifkin vijf pilaren die nodig zijn om dit te realiseren.

  1. Efficiënter omgaan met energieverbruik met o.a. duurzame woningbouw.
  2. Gebouwen die zelfvoorzienend zijn in energie en op laterale wijze hun energie laten delen met de gemeenschap.
  3. Lokale opslag per woning voor een stabiel netwerk door energie op te slaan in water. De overtollige energie maakt watergas van het water. Indien stroom weer nodig is kan dit watergas terug omgezet worden in water. Meer hierover in een lezing van Daniel Nocera.
  4. De woningen, stroomproductie en opslag verbinden in een ‘smart grid‘, als een energie-internet. Dit is waar onze nieuwe communicatietechnologie de energierevolutie ontmoet. Tekorten en overschotten kunnen met de snelheid van informatievoorziening van het internet gedeeld worden met buren of gemeenschappen verder weg tegen voorwaarde die je zelf instelt.
  5. E-transport. Met een overvloed aan energie kan mobiliteit, neem auto’s, overal stroom afnemen.

Met deze nieuwe revolutie in infrastructuur komt onze energievoorziening en mobiliteit tegen vrijwel zero marginal cost. De prijs om op deze aarde te leven daalt tot vrijwel niets en de nadelige gevolgen voor onze omgeving worden gelokaliseerd en niet meer geëxporteerd. De lokale economie, het midden en kleinbedrijf en persoonlijke groei in passies komt voorop te staan en afhankelijkheid via vaste lasten worden minimaal. De massaproductie en het consumentisme van de tweede industriële revolutie maken plaats voor prosumenten: 3D-printers en lokale grondstoffen brengen de productie weer terug naar het individu en de ambachtswinkel met expertise om de hoek. The internet of things brengt ons een vrije economie waarin we elkaar weer zien staan. Deze derde industriële revolutie is werkelijke power to the people.

Zie hier ook een praktische, behapbare vertaling in technologische decentrale overvloed (TDO) in een eerder artikel van me.

Ook aan te raden is de lezing ‘De empathische maatschappij’ van Jeremy Rifkin.

.

 

10. Ken Robinson – Onderwijs: Veranderende Paradigma’s

We hebben de capaciteit van en de kracht in inbeeldsings- en inlevingsvermogen uit het oog verloren. De werking van ons verouderde systeem vernietigt ons potentieel. Ons huidig onderwijsssysteem is vormgegeven gedurende de industriële revolutie en vormgegeven naar de economische voorwaarden van die tijd; een brede basis voor arbeiders (mavo), een kleinere groep voor het management ervan (havo) en een nog kleinere groep ‘who could run the empire for us‘. Ze is gevormd naar de noodzaak van de economische realiteit van toen. Onderliggend hieraan is een intellectueel model van de geest die bepaalde types van deductief beredeneringsvermogen voorop stelt: onze academische visie van intelligentie gevormd vanuit ons verlichtingsdenken. Deze verenging van intelligentie geeft ons een hiërarchie in ‘slim’ zijn. De exacte wetenschappen en de moedertaal voorop, via de geesteswetenschappen naar artistieke intelligentie, waarbij muziek bijvoorbeeld weer hoger staat als dans. Dit werkt goed voor sommigen, maar niet voor de meesten.

We leven in nieuwe tijden van revolutie. Het tempo van technologische vooruitgang, innovatie en maatschappelijke verandering is ongekend in onze geschiedenis en legt de crises in menselijk potentieel bloot. Het is niet langer de kunst ons onderwijs te hervormen, maar te transformeren. Het is de kunst de onderliggende aannames waarop onderwijs gebaseerd is te veranderen naar intrinsieke motivatie en capaciteiten. Ons onderwijssysteem is gebaseerd op de externe behoeften van de economie en laat steeds meer mensen achter. Victor Frankl zei ooit ‘Mensen zijn fundamenteel goedgezind alleen hebben te overleven in slechte omstandigheden en gaan zich daarnaar gedragen.’ Wanneer we de verbinding hervinden met ons talent, zijn we een ander mens. Wat betekent het om in ons element te zijn?

Reacties

Trackbacks/Pingbacks

  1. Pingback: Tien inspirerende speeches | limpidusdotorg - 21 januari 2017

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

@sethlievense /TWITTER

facebook

%d bloggers liken dit: